• Raamwerk voor blended module(her)ontwerp

Blended Learning is al jarenlang een thema in het hoger onderwijs. In dit artikel verstaan we onder ‘blended’ een effectieve mix van verschillende leer- en werkvormen, zowel offline als online. Het gaat dus om integraal (her)ontwerp van een onderwijseenheid. De directe aanleiding voor het schrijven van dit artikel is de implementatie van BrightSpace bij de HvA als Learning Management System. Adequate inzet van de nieuwe functionaliteiten vraagt een bewuste aanpak van het onderwijsontwerp.

We kiezen voor een ‘raamwerk’, en geen methode of opgelegd format. Er is immers sprake van een grote variëteit aan uitgangssituaties en ambities, waardoor een star stappenplan onmogelijk in alle situaties tot de gewenste uitkomst kan leiden. Dit raamwerk biedt een aantal overzichtelijke stappen waarmee we je meenemen langs de diverse afwegingen en keuzes. De toepassing van het stappenplan zal dus voor iedereen een beetje anders zijn. Ontwerpen is geen lineair proces. Bepaal dus na het lezen van het stappenplan eerst jouw eigen startsituatie. Wat heb je nu al? Je hoeft niet per sé te starten bij stap 1! Team Blended Learning FMR is beschikbaar om begeleiding te bieden bij het bepalen van een voor jou of jouw team passende aanpak en te ondersteunen bij het maken van keuzes.

Er zijn online natuurlijk al veel ontwerpmethoden en formats beschikbaar… zoals Design Cyclus for Education (DC4E-methode, Zuyd), de vier componenten instructional design methode (4C/ID-methode), de T-Pack Learning Journey Map, SHUFFLE van Saxion, HUbl van de HU. Het zijn allemaal goede methoden met hun eigen voors en tegens: van abstract tot praktisch, van generiek tot specifiek, van module tot programma. Dit raamwerk zien wij dus niet als een nieuwe methode maar een ondersteuning bij jouw eigen ‘ideale’ ontwerpproces. Pak uit dit raamwerk én de andere methoden wat voor jou nodig is!

Stap 1 – Fundament

Begin met het opstellen van de uitgangspunten en randvoorwaarden die je kent, en de ambitie zoals je die bij aanvang voor ogen hebt. Deze kunnen voortkomen diverse bronnen hebben: eisen die het onderwijsprogramma stelt, reeds vastgestelde leerdoelen of studiematerialen, uitkomsten van onderwijsevaluaties, of gerealiseerd studiesucces.

Koppel deze aan het constructive alignment model van Biggs, waarin uitgegaan wordt van een ideale afstemming tussen leerdoelen (intended learning outcomes), het onderwijs (teaching and learning activities), en de toetsing (assessment tasks). Essentieel onderdeel daarbij is dat de toetsvorm het bereiken van de leerdoelen afdwingt en het gewenste studiegedrag uitlokt.

  • In dit raamwerk gebruiken we een uitgebreide grafische representatie van het constructive alignment model van 2BLearning (zie figuur 1) waarin ook expliciet aandacht is voor differentiatie (1) en de inzet van technologie (2):

    1. We maken hier geen onderscheid tussen de termen als differentiatie, flexibilisering en onderwijs op maat. Belangrijk is dat je nadenkt over mate van diversiteit die je wilt kunnen aanbieden. Welke ruimte is er voor eigen inhoudelijk invulling door de studenten? Is het wenselijk dat ze het onderwijs mede vorm kunnen geven? Dat ze de eigen werkwijze (gedeeltelijk) kunnen bepalen? Moet studie in eigen tijd, plaats en tempo mogelijk worden gemaakt? Lees meer in de Whitepaper Onderwijs op Maat van SURF.
    2. Later komen we uitgebreider terug op de inzet van technologie. Toch is het goed om er hier ook al bij stil te staan. Overweeg bewust of de inzet van digitale/online componenten bij leer- en werkvormen en/of bij feedback en assessment een positief of negatief gevolg kan hebben voor de alignment, en hoe je de samenhang positief kunt beïnvloeden.
  • Figuur 1: Uitgebreide schematische weergave van Constructive Alignment (door: 2BLearning)

Enkele geheugensteuntjes en hulpmiddelen bij deze stap:

  • Formuleer je leerdoelen actief en smart, en gebruik voor het bepalen van het niveau de (herziene) taxonomie van Bloom.
  • Indien bovenstaande model te complex of veelomvattend voor je is om mee te starten, begin dan met het didactisch model van Van Gelder als basis.
  • Zet TPACK in om op ‘high level’ om na te denken over de mogelijkheden van technologie bij de specifieke vakinhoud van dit studieonderdeel. Als je echt creatief wilt starten, speel dan eens de TPACK game.
  • Doe en check aan het Spinnenwebmodel Van den Akker en controleer of jouw module zo goed past binnen het grote geheel van het gehele curriculum (incl. bijvoorbeeld het werkplekleren).
  • Besteed dan specifiek aandacht voor het toetsprogramma van de opleiding: In welke fase wordt wel niveau vereist? Waar worden welke vaardigheden en competenties getoetst?

Stap 2 – Blauwdruk

  • Werk je visie uit in een eerste blauwdruk voor de lesperiode. Dat werkt prima door op een flip-over of (digitaal) whiteboard de leerdoelen, onderwijsactiviteiten en toetsactiviteiten uit te zetten tegen de tijd. Een eenvoudige vorm is hiervoor is in gebruik bij de Hogeschool Leiden (zie figuur 2). Maak alvast onderscheid in online en offline activiteiten, maar denk nog niet na over een gedetailleerde planning in de tijd. Let op: In deze figuur zijn de activiteiten voor toetsing en feedback bewust apart gezet om deze expliciet aandacht te geven, in praktijk zijn deze natuurlijk prima te integreren met de leer- en werkvormen (graag zelfs!).

  • Figuur 2: Outline Blended Module Ontwerp (door: Hogeschool Leiden)

Aandachtspunten:

  • Kun je de studentmotivatie positief beïnvloeden met een vergroting van (het gevoel van) autonomie, competentie en verbondenheid?
  • Heb je voldoende momenten ingebouwd voor feed-up, feed-back en feed-forward? Wanneer kies je voor een zelf, peer of expert beoordeling?
  • Bij een module met een relatief grote online component: Bepaal een goede opbouw in het type en aantal actieve online werkvormen (Bron: E-tivities, door Gilly Salmon, 2013).

Controleer daarna expliciet:

  • Organiseerbaarheid.
    Bijvoorbeeld: Wat is het gevolg voor het ruimtegebruik? Zijn alle benodigde faciliteiten aanwezig en beschikbaar? Zijn er kritische afhankelijkheden? Check eventueel met collega’s van Team Blended Learning of je niet iets over het hoofd ziet
  • Studeerbaarheid.
    Bijvoorbeeld: Doet het voldoende recht aan verschillen tussen studenten? Is er een goede afstemming op andere (gelijktijdig geprogrammeerde) onderdelen onderwijsprogramma?
  • Doceerbaarheid.
    Bijvoorbeeld: Welke invloed heeft het op taaklast en ervaren werkdruk? Hoeveel tijd kost het (online) begeleiden buiten de reguliere lesuren? Ontstaan er piekbelastingen door nakijkwerk? Zijn er speciale kennis of vaardigheden nodig?
  • Betaalbaarheid.
    Bijvoorbeeld: Wat is het effect op de kosten van het onderwijsprogramma? Zijn er terugkerende (ontwikkel)kosten? Verandert het aantal benodigde docenturen per student per studiepunt? Let op: sommige kosten (bijvoorbeeld sommige licenties) worden door de faculteit gedragen. Het Team Blended Learning kan hier meer over vertellen.

Stap 3 – Detailontwerp

  • Nu de blauwdruk staat kan het detailontwerp worden uitgewerkt. In deze stap maak je keuzes over de exacte invulling en de volgordelijkheid van de taken, binnen en buiten de les. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan Flipping The Classroom, aan de R2D2-methode, of aan station rotation in de klas.

    Er zijn diverse manieren om dit gestructureerd weer te geven. Traditioneel wordt vaak het kantelenplan gebruikt. Bij een grote online component kan het helpen om met een storyboard te werken om een goede studentervaring te ontwerpen.

    Voor het uitwerken van het ontwerp van een blended module vinden wij de Blended Learning Wave (door: Sonja Wagenaar, ICLON) een laagdrempelige, toegankelijke en visueel sterke vorm (zie figuur 3 voor een praktisch voorbeeld). Deze bevelen we dus ook aan. De uitgewerkte golf kun je ook gebruiken in de presentatie van de gekozen werkwijze aan je collega’s en studenten!

  • Figuur 3: Voorbeeld van de Blended Learning Wave (door: TU Delft)

In deze fase is het goed om expliciet aandacht te besteden aan:

  • De mogelijke functies in BrightSpace (het LMS) en andere beschikbare applicaties. Is alles wat je wilt wel (eenvoudig) mogelijk?
  • De leermiddelen die je wilt inzetten. Kies je voor inzet van Open Leermaterialen? Maak je eigen materialen (en hou je voldoende rekening met het auteursrecht?) Kun je materialen uit de databases van de bibliotheek inzetten? Heb je rekening gehouden met afspraken rond persoonsgegevens? Is het materiaal ook na afronding nog beschikbaar voor studenten?

Doe een check op:

  • Toegankelijkheid van de tools, de leeromgeving en de leermaterialen.
    Zijn alle middelen voor alle studenten beschikbaar? Ook voor studenten met een functiebeperking?
  • De opschaalbaarheid van het ontwerp.
    Is de oplossing ook toepasbaar met grotere studentenaantallen en meerdere betrokken docenten? Is deze oplossing ook toepasbaar op andere plekken binnen de opleiding en/of faculteit?
  • De duurzaamheid van de oplossingen.
    Kent de oplossing een blijvend karakter? Is hij meerdere jaren inzetbaar? Hoe groot is de afhankelijkheid van specifieke docenten, expertise of technische middelen?

Stap 4 – Bouwen

Het echte werk start nu pas… Er moeten documenten worden gemaakt, zoals: een studiewijzer voor studenten, lesplannen voor collega’s, beoordelingsmodellen (rubrics) voor de toetsing.

En de digitale tools moeten worden ingericht, in het LMS moet de module worden ontworpen. De leermaterialen moeten worden klaargezet, de werkvormen moeten worden geconfigureerd, eventuele adaptieve leerpaden moeten worden bepaald en ingesteld. Hou steeds goed rekening met de gebruikerservaring. Voorkom dat studenten afhaken als gevolg van jouw over-enthousiasme…!

Tot slot zul je als ontwerpen en trekker voor de start van de module moeten borgen dat je collega’s in staat zijn het onderwijs (mede) te verzorgen. Verzorg dus ondersteuning, of bij een grotere innovatie (formele) scholing. De afdeling O&O kan hierbij adviseren.

Stap 5 – Evalueren

Bij een (innovatie) van je onderwijsprogramma is het verstandig om na te denken hoe je de ervaringen en resultaten gaat volgen en/of meten. Wat wil je weten? Kun je jouw doelstelling kwantificeren? Wil je werken met een focusgroep? Doe je een of meerdere tussentijdse evaluaties? Is het in te bedden in de reguliere evaluaties? Welke aanpak je ook kiest, het biedt ongetwijfeld nieuwe inzichten en ambities voor verdere doorontwikkeling.

Ook dit raamwerk is nooit af. Jouw feedback stellen we dus ook zeer op prijs. Op basis van deze tips en verzoeken zullen we het raamwerk bijwerken, zodat het hopelijk steeds beter toepasbaar wordt voor het blended (her)ontwerp van onderwijs binnen onze faculteit!

Creative Commons License

Gerelateerde documenten:

© Onderwijslab faculteit Maatschappij en Recht 2020